Waar het begon

“Flora, dat is toch onder aan de dijk bij de Jokweg?” vroeg ik nog voordat ik de deur uit liep richting mijn eerste ‘sollicitatie’. “Nee,”, zei mijn moeder, “je moet bij de bloemist aan de vliet zijn…”. Ik liep de deur uit en zo startte een bijbaantje waar ik uiteindelijk acht jaar als onderhoudsmedewerker, zaterdaghulp, rekeningenbezorger en corsobotenbouwer werkte en deed ik eigenlijk alles behalve bloemschikken.

Flora was (en is nog steeds) gevestigd in het historische centrum van Maassluis en daar ontstond ook mijn liefde voor oud-Hollandse steden en het onderhouden hiervan. Inmiddels woon ik ook in het centrum van Maassluis in een huisje uit 1870, nagenoeg waar Maassluis zelf rond 1340 ontstaan is onder de naam Maeslandsluys. De sluizen zijn letterlijk op steenworp afstand en de Monstersche sluis is zelfs in 2018 weer in gebruik genomen.

Tijdens mijn studie werktuigbouwkunde ging mijn interesse vooral uit naar projectwerk, IT en hout wat bij ‘de buren’ (de opleiding industrieel ontwerp) gebruikt werd. Met hout had ik al wel wat ervaring, maar heb er toen geen werk van gemaakt. IT leek mij een verstandige keuze, want er was volop werk in te vinden en ik bouwde toen al aan websites, maar mijn passie ligt in dingen maken en zie de organisatorische kant van IT vooral als middel om iets mee te doen. En eerlijk, vraag je mij welke vakken ik het leukste heb gevonden, staat ‘Architectuurgeschiedenis van Rotterdam’ zeker in de top drie samen met materiaalkunde en projecten in het algemeen, omdat het zichtbaar en tastbaar is.

In mijn vrije tijd reis ik graag af naar historisch interessante plekken en geniet van oude bouwwerken, natuur en zo af en toe ook van hedendaagse architectuur. De werken van onder andere Santiago Calatrava en Adriaan Geuze spreken mij erg aan. Ook klassiekers als het amfitheater in Orange (Frankrijk), Schloss Sancoussi (Potsdam, Duitsland) en diverse gebouwen in Praag, Budapest en niet te vergeten de oud-Hollandse stijl van bouwen fascineren mij.

Door Corona wordt er (veel) meer thuisgewerkt en geklust. Dat is hier niet anders en deze situatie heeft bij mij de passie voor tweede hands gebruiksvoorwerpen, oude historie van steden, landerijen, architectuur (exterieur en interieur), hout en techniek weer doen aanwakkeren. Dat alles heb ik samengevat en heeft geresulteerd in Atelier ‘Bazelman’.

Opbouwen corsoboten in augustus 2003

Een filosofie en een doel

Elk meubelstuk, gebouw of accessoire heeft zijn eigen verhaal. De ontwerper startte dit en de maker en de gebruiker(s) hebben dit aangevuld. Dit verhaal mag gezien en verteld worden, maar het moet functioneel zijn. Dat kan door het zo te herstellen dat het gebruikt kan blijven worden, maar het kan ook zijn dat het alleen gaat om het weer toonbaar maken ervan. Het verhaal maakt het uniek en daarom zien wij het als een ambachtelijke klus. Wij werken daarbij met specialisten en web development blijft het voornaamste ambacht van Atelier ‘Bazelman’.

Karel de Bazel (bron: Stadsarchief Amsterdam / Martin Monnickendam)

De naam Atelier ‘Bazelman’

Nee, geen bestaande achternaam. De naam Atelier ‘Bazelman’ vertelt twee dingen, met een serieuze en een minder serieuze kant. De naam ‘Bazelman’ verwijst enerzijds naar architect Karel de Bazel die van 1869 tot en met 1923 leefde. Hij stond vooral in de schaduw van Berlage, maar hij heeft weldegelijk zijn stempel gedrukt op hedendaagse architectuur.

Zijn systematische aanpak en functionele en bereikbare ontwerpen geven aan hoe hij zijn werkzaamheden aanpakte. Met zijn achtergrond als timmerman was hij praktisch ingesteld en met zijn avondopleiding Bouwkunde en filosofie waarin ‘waarheid’ en ‘karakter’ centraal stonden, komen de wiskundige vormen en de natuurlijke eigenschappen van de gebruikte materialen sterk naar voren in de ontwerpen die hij maakte van zowel gebouwen, interieurs en ook in de glascollecties die hij voor de glasfabriek Leerdam maakte. Hij werkte veelal in opdracht. Aan het begin vanuit het architectenbureau van Pierre Cuypers, waar hij begon als tekenaar en later ook zelfstandig in de door hem opgerichte bedrijven.

Als zijn hoogtepunt wordt nu het gebouw ‘De Bazel’ gerekend. Dit gebouw staat aan de Vijzelstraat in Amsterdam, waar nu het gemeentearchief gevestigd is. Hij mocht de voltooiing hiervan helaas niet meemaken, want het pand werd uiteindelijk in 1926, drie jaar na zijn dood, opgeleverd.

De minder serieuze, maar grappige kant is dat ik in mijn jeugd soms ‘Bart Bazelman’ genoemd werd. Een sarcastische bijnaam, omdat ik soms nog wel eens een onbegrijpelijk verhaal vertelde. En vandaar ook de aanhalingstekens.

een bron van inspiratie:

K.P.C. de Bazel
K.P.C. de Bazel (14-02-1869 - 28-11-1923) was een veelzijdig architect die doorgaans in de schaduw van Berlage staat. Zijn bekendste werk 'De Bazel' aan de Vijzelstraat in Amsterdam is waar nu het stadsarchief gevestigd is. Daarnaast ontwierp hij verschillende woonhuizen, interieurs en glascollecties. Functionaliteit en beschikbaarheid voor breder publiek waren belangrijke aspecten in zijn werk. Ook liet hij de eigenschappen van de materialen naar voren komen in zijn ontwerpen.